ZZP'er, opgelet!

Dit verandert er in 2018 voor zelfstandige ondernemers

ZZP
Mark IJsendoorn
Het vorige kabinet Rutte bleef een nieuwe wet rondom ZZP’ers voor zich uit schuiven, maar met het nieuwe kabinet komt daar verandering in. In het regeerakkoord staan namelijk maatregelen die weer een geheel nieuwe situatie gaan creëren voor zelfstandige ondernemers.

Minimum tarief

Een van de opvallendste plannen die in het regeerakkoord staan is de invoering van een minimumtarief voor zelfstandigen, ongeveer in de geest van het minimumloon. Ieder tarief onder dat minimum zou automatisch een gewone arbeidsovereenkomst worden, waarbij de werkgever de verplichte premies en vakantiegelden moet betalen. Het minimumtarief zou tussen de 15 en 18 euro per uur komen te liggen. Ongeveer wat een werkgever ook voor een werknemer met minimumloon betaalt.

Het idee voor een minimumtarief voor ZZP’ers lijkt een goede ontwikkeling, maar niet iedereen is enthousiast. Veel zelfstandige ondernemers zien het onderhandelen over hun tarieven juist als een prikkel om zo goed mogelijk werk te leveren. Het is voor te stellen dat het hun onderhandelingspositie kan schaden als ZZP’ers meer gelijkgetrokken gaan worden met gewone werknemers. Het gaat hier echter vooral om ondernemers in goedbetaalde branches.

In de praktijk zal de regeling vooral invloed hebben op de situatie van zogenaamde schijnzelfstandigen aan de onderkant van de markt, zoals thuishulpen, taxichauffeurs of bezorgers die in feite voor een veel te laag tarief en zonder zelfstandigheid werken. Om zulke schijnzelfstandigheid te bestrijden is de nieuwe regeling een stap in de goede richting.

Maar niet in alle sectoren zal het zo simpel werken. Zo kun je nog steeds een te laag tarief vragen door te weinig uren te schrijven voor het werk. In de kunsten en de media, waar vaak per product of per woord wordt betaald, kan het minimum uurtarief nog makkelijk omzeild worden.

Zelfstandigenaftrek

De nieuwe coalitie gaat snijden in de zelfstandigenaftrek. Dat gebeurt waarschijnlijk nog niet in 2018, maar het is zeker iets om rekening mee te houden. Op dit moment kun je nog een bedrag van maximaal 7.280 euro van je omzet aftrekken, maar dat zal de komende jaren omlaag gaan. Uit onderzoek van het CBS is gebleken dat vier op de tien zelfstandigen in 2014 door de belastingaftrek helemaal geen belasting betaalden over een omzet van vaak niet meer dan 24 duizend euro. Dat dit dus een flink aantal zelfstandigen pijnlijk gaat raken staat vast. Ook hier lijkt het de bedoeling de schijnzelfstandige te raken die vaak alleen overleeft dankzij toeslagen en de zelfstandigenaftrek.

Wet DBA

De moeilijk hanteerbare wet DBA gaat opnieuw op de schop. In principe goed nieuws, al moeten ondernemers wel weer gaan wennen aan een nieuw systeem. In plaats van de modelovereenkomst is het plan om een ‘opdrachtgeversverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers kunnen dan online een vragenlijst invullen waaraan ze kunnen zien hoe de belastingdienst over de overeenkomst zal oordelen. Op die manier zou er in ieder geval meer duidelijkheid komen voor opdrachtgevers en hoef je, mits je de vragenlijst naar waarheid invult, niet bang te zijn voor boetes achteraf.

Oninbare BTW

Er is nog een regeling die het leven van ZZP’ers in 2018 een stuk makkelijker kan maken. Begin 2017 ging een regeling van kracht die het verrekenen van oninbare BTW een stuk makkelijker maakte. Dit recht op teruggaaf ontstaat uiterlijk een jaar na de factuurdatum. Dus heb je in 2017 te maken gehad met wanbetalers of faillissementen waar je wel al BTW voor hebt opgegeven? Dan kun je in 2018 die BTW gemakkelijk verrekenen.

afbeelding van Mark IJsendoorn

Mark IJsendoorn | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Mark